top of page
Zoeken

Heb je die krant gezien? Iedereen vrolijk, economen zenuwachtig.

  • Foto van schrijver: goudmunter
    goudmunter
  • 22 nov 2025
  • 4 minuten om te lezen

In de krant stond dus:

De Belg voelt zich weer goed. We zijn minder bang om onze job te verliezen, de energiefactuur is wat gezakt, en de spaarrekening staat er beter bij.


Maar… economen kijken naar dezelfde cijfers en denken:


“Hmm, hier klopt iets niet helemaal.”

Ze zien meer faillissementen, minder vacatures, ondernemers die met de handrem op investeren…

Kortom: de sfeer is goed, maar de fundamenten kraken een beetje.


En dan kom je automatisch bij de vraag:


“Wat doen we met ons geld als het toch misloopt?”

En daar komen goud en zilver in beeld.




Waarom zouden we in hemelsnaam goud of zilver willen?



Even heel simpel:


  • Goud = geen tovertruc, maar wel een soort verzekering.

    Het levert geen rente op, maar het crasht ook niet zomaar mee als er ergens een bank of overheid in de problemen komt.

  • Zilver = het hyperactieve broertje.

    Het is deels edelmetaal, deels industrieel metaal (voor elektronica, zonnepanelen, enz.).

    Gaat het goed met de wereld? Zilver kan flink stijgen.

    Gaat het slecht? Dan kan het eerst zakken en daarna soms weer heel hard omhoog schieten.



Je koopt dus geen lotje van de Lotto, maar eerder een brandverzekering voor je vermogen.




Hoe past dat in wat er nu gebeurt?




1. Alles valt mee (consument heeft gelijk)



Stel dat de economen zich vergissen:

De economie blijft draaien, werkloosheid valt mee, bedrijven vangen de klappen op.


  • Aandelen doen het dan meestal beter.

  • Goud? Waarschijnlijk wat saaier, beweegt weinig.

  • Zilver: kan profiteren van industrie en groene projecten, maar blijft wiebelen.



Conclusie: dan is goud gewoon de “verzekering die je hopelijk nooit nodig hebt”.

Niet spectaculair, wel rust in je hoofd.




2. Economen hebben gelijk (het draait toch slechter uit)



Werkloosheid gaat harder omhoog, er komen meer faillissementen, en mensen beginnen dan pas schrik te krijgen.


  • Centrale banken verlagen misschien de rente.

  • Beleggers worden zenuwachtig, aandelen dalen.

  • En dan zie je vaak: goud gaat omhoog, omdat iedereen plots “iets veiligs” wil.

  • Zilver kan eerst meppen krijgen door minder industriële vraag, maar als het goudverhaal echt sprint, vliegt zilver vaak nóg harder – met grotere schommelingen.



Conclusie: dan ben je blij dat je een stukje goud/zilver hebt als tegengewicht tegenover je pensioenfonds, aandelen of vastgoed.




3. Inflatie komt terug uit zijn kot



Stel dat de energieprijzen weer stijgen, lonen blijven opveren en alles wordt beetje bij beetje duurder.


  • Rente stijgt misschien niet even hard mee. Resultaat: je spaarboekje verliest reëel waarde.

  • Historisch grijpen mensen dan vaak naar goud (en wat zilver) als bescherming tegen geldontwaarding.



Conclusie: niet om rijk van te worden, maar om te voorkomen dat je koopkracht langzaam wegglijdt.




4. Echt gedoe: banken, overheden, geopolitiek…



Dit is het scenario waar niemand zin in heeft, maar bon, het bestaat:

probleem bij banken, landen met schuldenproblemen, oorlog die escaleert,…


Dan zie je meestal:


  • Mensen halen geld van de beurs.

  • Er is een vlucht naar cash én naar goud.

  • Zilver schiet in alle richtingen, maar blijft vaak goud achternarennen.



Conclusie: in zúlke scenario’s is goud/zilver de ultieme “ik wil toch íets dat niet kan worden bijgedrukt”-optie.




Oké, en hoe doe je dat dan praktisch?



Stel dat we samen aan tafel zitten en je zegt:


“Goed, ik wil daar wél iets mee. Hoe begin ik daaraan zonder zever?”

Dan zou ik ongeveer dit zeggen:


  1. Zie het als verzekering, niet als gok.


    • Geen “all‑in op goud omdat TikTok dat zegt”.

    • Denk eerder aan een klein stukje van je vermogen: 5–10% of zo, afhankelijk van je situatie en je stressniveau.


  2. Kies de vorm die bij je past:


    • Fysiek: munten of baren.


      • Voelt goed, ligt letterlijk in je hand.

        – Je moet het veilig bewaren, er zijn aankoop‑ en verkoopkosten.


    • ETF/trackers: handig via je beursrekening.


      • Super simpel, je klikt en je hebt goudblootstelling.

        – Je vertrouwt op een financiële partij; je hebt het goud zelf niet vast.


    • Mijnbouwaandelen: voor wie van achtbanen houdt.


      • Kunnen keihard stijgen als de goudprijs aantrekt.

        – Zijn bedrijven: extra risico, en niet echt een pure verzekering.



  3. Let op de kosten.

    Elke kost weegt dubbel: marge bij aankoop, opslag, bewaarloon…

  4. Blijf gewoon normaal diversifiëren.

    Edelmetalen zijn een laag in je totaalplan:


    • Je hebt nog altijd je spaarbuffer nodig,

    • je pensioen,

    • eventuele beleggingen,

    • en misschien wat vastgoed.


    Goud en zilver zijn daar een extra schijf bovenop, niet de volledige taart.





En wij, als “typische Belgen”?



Wij voelen ons nu redelijk relaxed: job oké, spaargeld oké, energiefactuur iets minder pijnlijk.

Toch zeggen die economen:


“Mja… er branden wél wat oranje lampjes, hoor.”

Dat is precies het moment om te denken aan zoiets als goud en zilver:

nu, terwijl iedereen nog chill is – niet pas als er paniek is.




Samengevat, alsof ik het in één zin zou zeggen op café:



“Zet gewoon een klein deeltje van je geld in goud/zilver. Niet om morgen rijk van te worden, maar zodat je ook kunt slapen als de grafieken in de krant ineens vuurrood worden.”

Dit artikel is geen investeringsadvies, neem altijd contact op met je bank of zo.


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page